Bericht van aankomende verhuizing

Een week geleden wordt Ria gebeld dat vader Jan over twee dagen wordt verwacht op zijn nieuwe definitieve woonstek in het verpleeghuis Schagen, in de leefsfeer ‘Natuur en Buiten’, met een kamer voor zichzelf op de benedenverdieping. De verpleging van het ziekenhuis zou hem het nieuws vóór het bezoekuur vertellen, zodat hij al al iets is voorbereid, want dit is toch niet niks.

Dus ik ga niet naar huis?

Wat ik op internet kan vinden over de afdeling print ik uit en neem het mee naar het bezoekuur. Jan was al druk aan het inpakken en ik lees voor wat ik over de nieuwe afdeling te weten ben gekomen. Hij kijkt me verstoord aan en zegt: ‘Dus ik ga niet naar huis?’ ‘Nee, vader je gaat niet naar huis. Je hebt meer zorg nodig dan moeder je kan geven en daarom ga ja naar Schagen. Dat is veiliger voor je.’

Daar heb ik zo hard voor gewerkt

Machteloosheid in zijn ogen, hartverscheurend huilen. Troosten en een arm om hem heen. Ik besluit hem mee te nemen naar een verdieping lager, naar een koffiehoek, waar we samen wat rustiger kunnen praten. In de lift zegt hij: ‘Daar heb ik dan zo hard voor gewerkt, voor een huis, waar ik niet mag wonen. Moeder kan me toch oprapen als ik val? Zij valt toch ook en dan help ik haar toch ook?’ Ik sta met een mond vol tanden, want ik ben het met hem eens dat óók moeder eigenlijk niet meer zelfstandig kan wonen. Ze is wankel en kan  zonder ondersteuning niet staan of lopen. Maar goed, de keuze is gevallen en daar heb ik me niet mee te bemoeien. Heb het wel geprobeerd hoor, om een bepaalde richting aan te geven en met mij Bert, Ria en Erik-Jan. Moeder vindt dat alles prima gaat en wil niet weg uit haar huis. Punt. Desalniettemin heeft moeder vele slapeloze nachten gehad om de keuze te maken. Het valt voor haar niet mee te moeten toegeven dat ze de zorg voor vader Jan niet langer aankan.

Jij red je kloten wel

We zitten in de koffiehoek en vader Jan probeert allerlei mogelijkheden te bedenken om toch naar zijn eigen huis te kunnen. Zo komt ook het voorstel: ‘Nou, dan betaal ik jou wel en dan kom jij bij ons wonen en verzorg je ons.’ En ook ‘Ik had dood moeten gaan, dan was het gewoon voorbij.’ Op mijn: ‘Uhh..ja, maar dan heb ik geen vader meer, dat zou ik niet leuk vinden’, zegt hij ‘Jij red je kloten wel’, waar hij natuurlijk gelijk in heeft.

Houd er maar over op

Toevallig kom er een kennis van Jan langs en hij wordt afgeleid van ons moeilijke gesprek. Hij vertelt verdrietig aan de kennis wat er met hem gaat gebeuren en op dat moment beginnen bij mij ook de tranen over de wangen te stromen. Wat een in- en in trieste situatie en ik kan er niets aan veranderen. Als de kennis afscheid neemt wil vader Jan weer naar boven naar zijn ‘eigen’ afdeling. In de lift zegt hij ‘Ik word weggedaan’. En ook, ‘Houd er maar over op, er verandert toch niks.’

Hartgrondige vloeken

Terug op de afdeling pak ik een Mandala kleurplaat en ga samen met hem kleuren. We babbelen wat over ditjes en datjes. Als de kleurplaat af is, besluit ik naar huis te gaan en niet te wachten tot het eten geserveerd wordt. Een zoen en zo als altijd grote zwaaien uit het raam als ik in de auto stap. In de auto radio keihard aan en een aantal hartgrondige vloeken om mijn frustraties een uitweg te geven. Het voelt zo definitief, zo ellendig, zo verdrietig. Gadverdamme.

Dit bericht is geplaatst in Lappenmand, mantelZORG. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Subscribe without commenting