Bijna vergeten

Door alle consternatie van de afgelopen anderhalve week zou ik bijna vergeten dat moeder Jo ook nog herstellende is van borstkanker. Vandaag gaan we samen op pad  om haar definitieve borstprothese aan te laten meten, met bijbehorende BH’s. We worden ontvangen door een uiterst deskundige én kritische dame. Een dame die eerlijk is en moeder vertelt dat ze niet eerder de deur uit mag, voor ze écht tevreden is met het resultaat.  De dame neemt ruim de tijd voor uitleg. Daarna wordt het tijd om te passen. Het is zwaar voor moeder, ze moet een groot deel staand doorbrengen om te verkleden en aan te meten en dat valt niet  mee. Aan het einde van de bijeenkomst heeft ze een goed zittende prothese en een mooie ter plekke aangepaste BH. Volgende week kunnen de andere BH’s opgehaald worden. Ze is kei-en-kei moe van alle inspanningen.

Rust nemen

Ik leg haar al in de mond om thuis te blijven vanmiddag, en rust te nemen. Ook een beetje om jezelf denken, moeder! Ze is het met me eens. Later in de middag ga ik bij vader Jan op bezoek. Als ik aankom zit hij verstild aan tafel. Zodra hij me in de gaten heeft zie ik zijn ogen blij oplichten. Heb wat nieuwe viltstiften voor hem meegenomen en vertel dat we alle viltstiften die hij in de doos heeft zitten gaan testen. ‘Zullen we die verdroogd zijn weggooien, is dat oké?’ Ja, dat vindt hij een goed plan. De afkeurde viltstiften liggen in de vuilnisbak en ik pak een Mandala kleurplaat en begin te kleuren. We babbelen wat en opeens komt er verdrietig uit, dat het kleuren hem ook al niet meer lukt. ‘Ik wil het wel, maar mijn hand doet het niet goed en ik zie het niet goed’. Als hij later tóch wil afmaken wat ik niet heb ingekleurd, gaat het kleuren best goed.

Ik weet het niet

We zitten daar samen in de ziekenzaal en het voelt wel goed, maar ook weer niet. Ik weet niet zo goed wat ik moet zeggen. Moet ik het nu weer aanhalen waarom hij niet naar huis mag, of moet ik het laten zitten? Wat moet ik nu? Ik voel me er ongemakkelijk onder. Ik wil hem(en mezelf) niet nog verdrietiger maken dan hij al is, maar wil dingen ook niet onuitgesproken laten die straks misschien gaan wringen in boosheid en onmacht. Ik weet het gewoon niet.

Babbelen

Natuurlijk ga ik hem niet vertellen, hoe slecht ik geslapen heb de afgelopen dagen. Hoe jammer ik het vind dat het loopt zoals het loopt. Hoe bang ik ben voor de dingen die komen gaan. Hoe ik het weekend heb gebruikt om in- en in verdrietig te zijn, en de meest melancholische muziekstukken te luisteren om mezelf in nog meer verdriet te wentelen. Dat ik me onmachtig voel (en met mij de hele familie) dat we de ellende niet weg kunnen ‘toveren’. Nee, dat vertel ik allemaal niet. We zitten gewoon bij elkaar in de ziekenzaal en babbelen wat.

Om vijf uur komt het eten. Ik help hem met vlees snijden en de aardappelen en groenten wat kleiner te maken. Het wordt met smaak opgegeten. Dan wordt het weer tijd om naar huis te gaan. Een zoen en een zwaai en tot volgende keer!

Dit bericht is geplaatst in Lappenmand, mantelZORG. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Subscribe without commenting