Duivels dilemma

Even niet geschreven omdat ik het eerst ook voor mezelf op een rijtje wilde hebben, zodat hier niet een al te chaotisch verhaal komt te staan. Afgelopen dinsdag samen met moeder Jo naar het ziekenhuis geweest voor wondcontrole en een eventueel behandelplan. Arts was flink verlaat voor de afspraak. Nou ja, kan gebeuren. Terug naar de feiten.

Bestralingsvoorstel

Voorstel van de arts is: 18x bestralen in vierenhalve week tijd. Op het oog lijkt de kanker weg, er is echter een reële kans dat er nog steeds boze cellen in haar lichaam aanwezig zijn. Besluit ze tot bestralen, zal haar huid, die al zo broos en stuk is, nog verder kapotgaan. Daarnaast -ze is 81- moet ze alle keren -vierenhalve week lang dus-, naar het ziekenhuis reizen en ze is al zo vaak moe, van dat geflort naar het ziekenhuis. Én ze krijgt geen garantie dat de kanker dan weg is/blijft. Dat krijgen patiënten nooit hoor, dus dat is geen spectaculair nieuws.

Op dit moment heeft ze twee doelen in haar leven:

  1. Ik wil weer zelf koken (‘en niet dat vieze tafeltje dekje’)
  2. Mijn taak is nog niet klaar, ik wil voor mijn man zorgen, hij heeft godstierlijke heimwee en ik vind dat hij te zijnertijd naar huis moet.

Monique om raad vragen

En natuurlijk wil ze ook nog lang niet dood(wie wel?). Ze staat voor een duivels dilemma en ik kan haar geen raad geven; ik voel niet wat zij voelt, ben van een heel andere generatie en ben (gelukkig) géén lotgenoot. Nou ja, in de auto is ze al aan het overwegen. Ik geef haar het advies met Monique te bellen, die heeft een veel reëlere kijk op de voor- en nadelen en daarbij heeft ze in het verleden op radiologie gewerkt.  ‘s Avonds heeft ze Monique gebeld en samen hebben ze de voor- en nadelen op een rijtje gezet. Jo besluit de bestralingskuur niet te ondergaan.

Machteloos

s’ Middags ga ik bij vader Jan op bezoek. Ook deze keer mag ik het nieuws brengen en hij zegt boos/machteloos/ intens verdrietig: ‘Wat doe ik hier dan nog, kan ik toch mijn tas wel pakken en naar huis gaan. Rotziekte, ze wordt vast niet meer beter.’

In- en intriest

Heftig, heftig, ook ik heb iets van ‘Wat mij betreft mag je naar huis en dan wachten we wel op de volgende klap’. Alleen moeder Jo loopt ook op het eind van haar tandvlees en wil hem voorlopig nog in het verzorgingshuis houden. Het is allemaal zo in- en intriest. Het voorstel aan moeder Jo, om samen in een verzorgingshuis de tijd voorlopig door te brengen wordt nog steeds resoluut door Jo van de hand gewezen.

Koorts

De volgende dag word ik gebeld door Jo. Of ik de ziekenhuispapieren -die ik vergeten heb uit mijn tas te halen- wil komen brengen. Ze heeft koorts en de wijkverpleegkundige heeft ze nodig. De wond was gisteren met controle bij de mama-care rood, dat lijkt zich door te zetten. Ik breng de papieren en beloof haar ‘s avonds nog even te bellen wat er aan de hand is. ‘s Avonds als de wijkverpleegkundige geweest is, is de koorts alweer gezakt en de wond ziet er weer een stuk rustiger uit. Waarschijnlijk even een opspeling van, nou ja, zegt het maar.

Paniek

En dan vandaag, ik word in alle vroegte gebeld, Jo in paniek, de wijkverpleegkundige is gelukkig al bij haar. De wond heeft ernstig gelekt, veel vocht zo’n beetje een halve liter wat in bed, badkamer en kamer terechtgekomen is. In de tussentijd is ook de ambulance al geweest. Ze hoefde niet mee naar het ziekenhuis. Deze vorm van een vocht-explosie doet zich vaker voor bij patiënten waarvan de lymfeklieren zijn verwijderd. Jo was vergeten dat dit kon gebeuren en raakte in grote paniek. Als ik bij haar kom, (wél even met een bloedgang douchen en tandenpoetsen) is de wijkverpleegkundige en de thuishulp er ook al. Ze is nog wat slapjes, maar weet zich alweer snel te vermannen en moet afgeremd worden. ‘Moeder die kanarie heeft nog water, dat kan vanmiddag ook wel… Moeder.. de planten hebben vanmiddag ook nog dooie blaadjes. Ga nou effe kalm aan doen’. Grrr… Ook ik voel me af-en-toe behoorlijk machteloos bij die eigenwijze moeder van me. Ze heeft overigens wel besloten vanmiddag niet bij vader Jan op bezoek te gaan. Ze belt de zorgbus af. Ik heb de eer om naar vader Jan te gaan en te vertellen waarom ze niet komt. Pfff…Niet leuk om te doen.

Afwachten

Aan het eind van de ochtend komt de wijkverpleegkundige  haar wond nogmaals controleren. Met de bevindingen van de wijkverpleegkundige beslissen we of we vanmiddag nog naar het ziekenhuis gaan om ook daar naar de wond te laten kijken. Nog even afwachten. Wordt vervolgd….

Dit bericht is geplaatst in Lappenmand, mantelZORG. Bookmark de permalink.

1 Response to Duivels dilemma

  1. Jan schreef:

    Als iemand haar kan raden ben jij het wel.Moeilijk dat wel, maar waarom niet.Ben geen lotgenoot, van een andere generatie?
    Voel niet wat zij voelt? Lijken mij uitvluchten..je kan haar als naaste verwant wel degelijk een advies geven.Laat maar Mama, geen bestralingen meer..het is goed zo

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Subscribe without commenting