Naar verpleeghuis

De dag is daar. Ria en ik gaan vader Jan vandaag naar zijn nieuwe woonstek brengen. In tegenstelling tot alle voorgaande keren als hij werd verhuisd, heeft hij nu weinig tot niets ingepakt. Hij is verstild verdrietig. Op het moment van afscheid nemen barst hij in huilen uit op de schouders van een verpleegkundige en vermant zichzelf heel snel. Hij draagt zijn lot heldhaftig.

Vele vragen

Aangekomen in Schagen worden we vriendelijk ontvangen en krijgen we vele vragen op ons afgevuurd om het vader Jan zo goed mogelijk naar de zin te maken en uiteraard zo goed mogelijk te verzorgen. Als de papieren zijn ingevuld worden we naar de kamer van Jan gebracht. De kamer is klein, het is een slaapkamer met bed en tafel en stoel, ziekenhuiskastje en kledingkasten en een eigen wastafel. De badkamer en het toilet wordt gedeeld met de buurman. Het is de bedoeling dat het leven zich in de huiskamer gaat afspelen, om vereenzaming te voorkomen. De eigen kamer wordt gebruikt om zich terug te trekken of om te slapen.

Gescheiden van tafel en bed

We krijgen een brok in onze keel als het formulier voor de gemeente ondertekend moet worden waarop staat dat onze ouders van tafel en bed zijn gescheiden. We ruimen de kasten in en dan wordt het tijd om afscheid te nemen. Omdat we nog niet weten, hoe de boel in zijn werk gaat, ga ik op zoek naar een verpleegkundige, die zegt: ‘Nog even de medicijnen voor één bewoner en dan kom ik uw vader halen.’ Ze komt binnen, slaat een arm om zijn schouders en zegt allerhartelijkst: ‘Meneer Fokker, gaat u met mij mee eten?’ We geven hem een zoen, hij pakt zijn rollator en hij ‘stiefelt’ zo mee naar de huiskamer waar gegeten gaat worden.

Tranen gezusters hamster

Ria en ik blijven een beetje verdwaasd achter in zijn kamer. Dat hadden we niet verwacht, dat hij zich zo eenvoudig zou laten meetornen. De tranen lopen tegelijkertijd bij de ‘gezusters hamster’ over de wangen. Het is een combinatie van opluchting, van verdriet, van spanning die eruit moet, nou ja van van alles eigenlijk. Als we onszelf weer onder controle hebben, besluiten we naar huis te gaan. We lopen langs de huiskamer waar vader Jan is. Hij zit aan tafel en heeft ons niet meer in de gaten. We laten het zo, en vertrekken met stille trom.

 

Dit bericht is geplaatst in Lappenmand, mantelZORG. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Subscribe without commenting