Niet aan je moeder vertellen…

Eerst een bakkie koffie gehaald bij Jo. Morgen een spannende dag, dan gaan de nietjes die als hechtingen gebruikt zijn eruit en horen we wat ze eventueel nog meer gevonden hebben en het behandelplan. Jo vertelde vandaag dat ze voor het eerst haar borst mistte, op een manier van, héé er zit niets meer. Voor de rest is ze blij dat ze van het ‘ding met de tumor’ af is, dat hoorde niet bij haar thuis, aldus Jo. Beetje keuvelen over het weer, de kanarie en uiteraard haar kamerplanten die ze met veel liefde verzorgt. Tussen het keuvelen door hebben we het af-en-toe over de lichamelijke ongemakken van na de operatie, maar is zeker geen hoofdzaak, of zwaar gebeuren waar we over praten. Er heerst bij ons beiden een soort aanvaarding op een manier van ‘We kunnen hoog springen, we kunnen laag springen, maar op dit moment kunnen we alleen maar wachten wat morgen gaat brengen’.

Rolstoel van het huis

Vervolgens ga ik naar Buiten Zorg, naar vader Jan. Eerst even informatie bij de receptie gevraagd over het gebruik en het lenen van een rolstoel van het huis om Jo over het heuveltje te vervoeren om binnen te komen. Geen enkel probleem, we mogen zonder te vragen gebruik maken van de ‘huisrolstoel’ als ik hem direct weer terugzet. Als we willen kunnen we de rolstoel zelfs de hele middag reserveren voor als we een stuk willen gaan lopen. Dat is niet nodig, we willen alleen dat Jo zonder inspanning het huis in kan, daarna heeft ze haar rollator weer.

Tussen bankje en houten schot

Vader Jan staat bij het keukenblok de ‘rommel’ op te ruimen van een frikandel. Donderdag is snackdag in het huis. We gaan zitten in de kamer en hij zegt: ‘Niet tegen je moeder vertellen, maar ik ben buiten op mijn bek gegaan bij het bankje aan het water. Mijn voet bleef haken en toen lag ik tussen het bankje en het houten schot en kon niet meer overeind komen. Twee jonge meiden hebben me overeind geholpen.’ O..ik schrik, niks bezeerd? ‘Nee, maar vertel het niet aan je moeder, ze heeft al zorgen genoeg.’

Ik moet in beweging blijven

Hij heeft geen rust in zijn lijf, die vader van me vandaag. Hij wil weer lopen. ‘Uhhh…alles goed en wel, maar is dat wel verstandig nu? Je bent gevallen, zei je zojuist.’ ‘Nee, ik moet in beweging blijven’. ‘Oké dan, maar dan een klein stukje, alleen naar de kolfbaan.’ We gaan richting kolfbaan, maar Jan heeft in zijn kop gezet dat hij naar buiten wil en ik weet hem met moeite te overtuigen om bij de kolfbaan op een bankje te gaan zitten. Wat ik al zei, en wat ik ook van mezelf ken, wat in zijn kop zit, zit niet in zijn kont, dus na niet al te lange tijd lopen we alsnog buiten.

Uitblazen en weer een paar stapjes

Halverwege het kleine rondje, zie ik Jan steeds meer door zijn knieën zakken en zijn voeten beginnen te slepen. Ik vrees met grote vreze, ‘We halen de voordeur toch wel, hopelijk?’ Terwijl het pad normaal gesproken best druk gebruikt wordt, zijn we nu slechts met zijn tweeën. Ik loop vlak achter hem, klaar om hem op te vangen voor als het mis dreigt te gaan. Af en toe stilstaan, even uitblazen en weer een paar stapjes. Kwaad op mezelf, waarom heb ik me laten overtuigen dat hij het wél zou kunnen, dombo die ik ben. Nou ja, nog een paar stapjes en we zijn bij de voordeur. Ik stel voor om op de eerste de beste stoel te gaan zitten om op krachten te komen en daarna verder te gaan lopen naar de kamer. Gelukkig stemt hij hiermee in. Hij geeft ook wel toe, dat hij zichzelf overschat had. Uhh..héé waar herken ik dat van…

Na een kwartiertje weer genoeg kracht verzameld om de laatste paar meters af te leggen. Blij dat hij weer in zijn kamer is en op zijn ‘eigen’ stoel kan neerploffen. We praten nog even na. Hij vraagt me moeder de groeten te doen. Een zoen en een zwaai en tot morgen!

Dit bericht is geplaatst in Lappenmand, mantelZORG. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Subscribe without commenting